Chilodonella

Het wordt vaak in één adem genoemd met Trichodina, Costia en Witte Stip. Chilodonella komt minder vaak voor.

Chilodonella komt uitsluitend voor op zoetwatervissen. Er bestaat wel een zoutwatervariant, maar die gaat door het leven onder de naam Brooklynella. Chilodonella is door de microscoop een onopvallend protozo, waarvan er bij wijze van spreken 13 in een dozijn gaan. De wijze van voortbewegen van deze parasiet is echter zo onmiskenbaar, dat een diagnose eenvoudig te stellen is. Dat wil zeggen, als je de voortbeweging eenmaal hebt bestudeerd.

Chilodonella zal zich in het beginstadium voornamelijk op de kieuwen vestigen, daarna kan de uitbraak zich verder verspreiden over het lichaam van de vis.  Om deze reden word er altijd een afstrijkje vlak achter de kieuwen. Met name op het voorste gedeelte van de vis zal zich immers de hoogste concentratie parasieten bevinden. Wanneer de uitbraak ook op de huid aanwezig is, kan de slijmhuid troebel worden. In plaats van een mooie transparante slijmhuid krijgt de slijmhuid dan meer het uiterlijk van melkglas. Deze huidtroebeling is op zich onvoldoende om een juiste diagnose te stellen, daar deze ook kan voorkomen bij andere parasieten (zoals Costia en Trichodina) en andere aandoeningen (ammoniakpieken enzovoort). Uitsluitend door microscopisch onderzoek mag de diagnose Chilodonella worden gesteld. De wijze van voortbewegen is hierbij wat mij betreft doorslaggevend.

De symptomen die een vis tentoonspreidt is in het beginstadium een versnelde ademhaling. Dit wordt veroorzaakt door benauwdheid die het gevolg is van extra slijmaanmaak in de kieuwen als verdediging tegen de parasiet. Tevens zal de vis schuurgedrag vertonen door voornamelijk met de kieuwdeksels over objecten te schuren, om zo te trachten verlichting te vinden tegen de irritatie. In een later stadium zal de huid vertroebelen. Met een bepaalde lichtval (strijklicht) en vooral op de donkere delen van een karper is dit het beste zichtbaar. In een nog verder gevorderd stadium kunnen delen van de huid loslaten en zal de vis nog slechts apathisch gedrag vertonen. Het laatste stadium is de dood van de vis… Het schuurgedrag kan naast bovengenoemde problemen tot beschadiging van de (slijm)huid leiden, waardoor voor andere profiteurs de weg wordt vrijgemaakt. Denk hierbij aan secundaire “aanvallen” van bacteriën, andere protozoa of schimmels. Daarnaast bestaat het gevaar dat door verzwakking van de vis, als gevolg van de Chilodonella uitbraak, de weerstand afneemt waardoor de vis een gemakkelijke prooi wordt voor allerlei secundaire aandoeningen.

Het ontstaan is niet altijd duidelijk. Besmetting door aanschaf nieuwe vissen is een mogelijkheid, alsmede verminderde weerstand, slechte waterkwaliteit en stress.